In alle culturen en religies neemt de zon een belangrijke plaats in en wordt er met respect over gesproken. Niet verwonderlijk dat dit reeds op de eerste bladzijde van de Bijbel ook gebeurt. In Genesis hoofdstuk 1, vers 3 en 4 lezen we: “God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het van de duisternis.” De opkomende zon is voor christenen het symbool van God zelf of van Jezus die uit de dood is opgestaan.
Mogelijk heeft Franciscus zich bij zijn Zonnelied laten inspireren door deze eerste verzen uit Genesis als hij dicht:
Wees geprezen, mijn Heer, door al uw schepselen,
vooral door mijnheer broeder Zon
die de dag is en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en straalt met grote pracht;
Van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.
Nadat Franciscus zijn Zonnelied heeft geopend met tweemaal een verwijzing naar de Allerhoogste, is het niet verwonderlijk dat hij als eerste van de schepselen de zon aanduidt. De zon is immers het hoogste schepsel onder de Allerhoogste. In het Zonnelied zullen we ook lezen dat er sprake is van een afdalende beweging naar alle lager vertoevende schepselen.
Te midden van alle schepselen neemt de zon een bijzondere plaats in. Franciscus duidt dat aan met het woordje ‘vooral’ (vooral door mijnheer broeder Zon) en ook door de zon niet alleen broeder te noemen maar ook mijnheer broeder Zon. In het Italiaans staat er messor, ook wel gewoon vertaald als heer. Voor Franciscus zijn alle schepselen broeders en zusters, maar de zon is een ‘mijnheer’ broeder Zon. Ongetwijfeld heeft voor Franciscus hierin zijn diepe achting voor God en Jezus meegespeeld, want van de Allerhoogste is de zon het teken (Italiaans significatione), ook wel vertaald als zinnebeeld.
Daarbij is het goed ons te realiseren dat Franciscus vrijwel blind was toen hij het Zonnelied aan het eind van zijn leven dichtte. Een infectie aan zijn ogen zorgde ervoor dat hij het daglicht zelfs niet meer kon verdragen. De kleine broeder, die zoveel van de zon hield, ook met alle verwijskracht van dit teken, lag in al zijn broosheid in een geblindeerde hut. Maar zijn innerlijk bleef stralen en hij bleef zich op de zon als teken van de Allerhoogste oriënteren (oriënteren komt van ‘de oriënt’ het Oosten, waar de zon elke dag opkomt). Met de zon ging ook de Allerhoogste iedere dag voor hem op.
De afbeelding is getiteld: ‘Sonnengesang des heiligen Franziskus’ en werd gemaakt door Christel Holl, Rastatt, 2013. Olie met bladgoud op papier, 15,5 x 22,5 cm. Het is een uitgave van Beuroner Kunstverlag, www.klosterkunst.de
Meer over Christel Holl, zie: Franciscus uit de Kunst 2024, deel 7: ‘Ruimte voor verbeelding’